Alsnog uitbreiding van horeca in het centrum?

College van Burgemeester & Wethouders

Postbus 35

4600 AA Bergen op Zoom

Onderwerp: Uitbreiding horeca in het centrum van Bergen op Zoom?

 

Bergen op Zoom, 10-4-2021

 

Geacht college,

Op 8 april ontvingen wij uw antwoord op onze brief inzake de aanpak van de plannen in de binnenstad.

In uw beantwoording verwijst u naar raadsmededeling RMD 21-0003 inzake de aanpak van de binnenstad. U geeft aan dat het presidium ‘om moverende redenen ‘ deze raadsmededeling nog niet op de agenda heeft geplaatst.

Een van deze ‘moverende redenen’ is gelegen in het feit dat de gemeenteraad grote vraagtekens stelt bij de voorgestelde invulling van leegstaande panden met horeca en eerst een integraal beeld wil hebben van knelpunten en toekomstmogelijkheden. Er is immers al sprake van een overaanbod aan horeca in de binnenstad; verdere uitbreiding daarvan zal bestaande horecaondernemers in grotere moeilijkheden brengen dan nu al het geval is. Ongetwijfeld gaan meer horecaondernemers omvallen.

Tot onze grote verbazing echter, constateren wij dat het college voornemens is om mee te werken aan plannen om voor bestaande winkelpanden mee te werken aan een bestemmingsplanwijziging. Niet om er bijvoorbeeld woningen van te maken maar om er horeca te kunnen realiseren.

Lijst Linssen vindt dit ondoordacht, onwenselijk en in het licht van de huidige economische en maatschappelijke ontwikkelingen zijn wij van mening dat het college niet mee moet werken aan zulke plannen. De bestaande horeca wordt er verder door ondergraven.

In dit verband heeft Lijst Linssen de volgende vragen aan het college:

  1. Bent u zich bewust van het feit dat het niet in behandeling nemen van RMD 21-0003 vooral ingegeven is door het feit dat de gemeenteraad eerst een integrale visie wil opstellen inzake de toekomst van de binnenstad en aan de hand daarvan concrete ontwikkelpunten wil benoemen?
  2. Is het college zich wel bewust van het feit dat de bestaande horeca het water aan de lippen staat en dat verdere uitbreiding op dit moment onwenselijk is?
  3. Waarom werkt het college op dit moment mee aan plannen om mee te werken aan wijziging van het bestemmingsplan binnenstad voordat de raad zich definitief heeft uitgesproken over de toekomst van de binnenstad?
  4. Is het college bereid om aanvragen tot wijziging van het bestemmingsplan binnenstad gericht op omzetting naar horeca, vooralsnog niet te honoreren, gelet op bovenstaande punten en vragen?

 

Gewenste wijze van beantwoording: schriftelijk cf. art. 36 van het RvO.

 

Met vriendelijke groet,

 

Linda Klaasen-Franken, fractieassistent;

Sander Siebelink, raadslid.