College passeert raad en bewoners met brief over opvang asielzoekers

College van Burgemeester & Wethouders
Postbus 35
4600 AA Bergen op Zoom

Betreft: U21-008751: verzoek opvang asielzoekers en vergunninghouders:
haantje de voorste?

Bergen op Zoom, 8 september 2021

Geacht college,

“Haantje de voorste “ en “voor de muziek uitlopen”. Dit waren de eerste gedachten die bij
Lijst Linssen opkwamen toen wij uw brief lazen, gericht aan het kabinet van de Commissaris
van de Koning betreffende de tijdelijke opvang van asielzoekers in Afghanistan.

Lijst Linssen leeft mee met de situatie van Afghaanse vluchtelingen; een deel daarvan heeft
zich de afgelopen jaren ook ingezet ter ondersteuning van de Nederlandse aanwezigheid in
dat land. Lijst Linssen stond en staat op het standpunt dat uit oogpunt van
medemenselijkheid, opvang van vluchtelingen plaats moet vinden. Maar dan zo veel mogelijk
in de regio waar mensen vandaan komen en Nederland kan daar een passende financiële en
materiele bijdrage aan leveren in de vorm van medicijnen, mensen en huisvestingsmiddelen.
Lijst Linssen onderschrijft een dergelijke vorm van ondersteuning en opvang. In zeer
schrijnende gevallen, bijvoorbeeld waar sprake is van acute gezondheidsproblemen en
verwondingen, is in onze mening opvang in Nederland aan de orde.

De rijksoverheid heeft in Nederland echter sinds jaar en dag de gewoonte om problemen over
de schutting van de gemeenten te kieperen. Nu ook in dit verband. Of de gemeenten het maar
weer willen oplossen, zonder dat het rijk kijkt naar alternatieve mogelijkheden zoals opvang
in de regio. Helaas lezen wij niets van een dergelijke overweging in uw reactie.

Voorts loopt u wel heel erg voor de muziek uit. Weliswaar geeft u aan dat de reactie van het
college onder voorbehoud is van de mening van de raad, maar vooruitlopend daarop:

-geeft u aan opnieuw uw hulp aan te bieden in het realiseren van noodopvang;
-heeft u al onderzoek gedaan naar vier geschikte locaties en bent u ook al op de hoogte van de
noodzakelijke investeringen en bent u al met andere partners in gesprek;
-wilt u blijkbaar graag als haantje de voorste overkomen; er heeft zelfs nog geen afstemming
met andere partners in de regio plaatsgevonden en pakt u graag de handschoen op.

In dit verband heeft Lijst Linssen de volgende vragen aan het college:

2
1.Hoe kunt u met droge ogen beweren dat e.e.a. onder voorbehoud is vanwege het
voorbehoud om de mening van de raad te kennen, terwijl u klaarblijkelijk al over tot in detail
uitgewerkte plannen beschikt? Hoe kon de raad dan nog een voorstel weigeren?
2.U stelt dat zorgvuldige communicatie en participatie met omwonenden cruciaal is voor de
komst van een noodopvang. Wat is het nut hiervan als er al vergevorderde, uitgewerkte
plannen zijn? Is de communicatie gericht op daadwerkelijke inspraak van de bevolking,
waardoor er uiteindelijk ook nog ‘nee’ kan worden gezegd? Of is de communicatie vooral
gericht op het zo tactvol mogelijk verkopen van de boodschap dat er noodopvang komt en
onze inwoners geen inspraak hebben?
3.In aansluiting hierop: beseft het college dat er een groot tekort aan woningen is voor onze
eigen inwoners? Tijdelijke noodopvang betekent vaak toch een periode die meer dan 1 jaar
duurt. Welke garanties kunt u afgeven dat tijdelijke noodopvang niet ten koste gaat van onze
eigen woningzoekenden?
Nederland kent een aantal rijke gemeenten. Bergen op Zoom hoort daar niet bij.
4. Waarom wordt er binnen VNG- verband niet eerst besproken of daar opvang kan
plaatsvinden? Indien er dan toch opvang in Nederland plaatsvindt, is dat o.i. een
rechtvaardiger uitgangspunt.
5.Waarom heeft er nog geen afstemming met de regio plaatsgevonden? Wil het college vooral
in een goed blaadje komen bij de Commissaris van de Koning? Normaliter worden zulke
zaken in regionaal verband opgepakt en kan er -desnoods in noodgevallen- gekeken worden
naar opvang buiten de bebouwde kom. Maar nu: niets van dat alles.

Gewenste wijze van beantwoording: cf. ex. Art. 36 van het RvO.

Met vriendelijke groet,

Ton Linssen
Sander Siebelink