Lijst Linssen wil dat college overbelasting van mantelzorgers helpt te voorkomen!

Lijst Linssen is bezorgd over de druk die er heerst bij de mantelzorgers. In de eerste brief aan het college kregen burgerlid Ans van Eekeren en Raadslid Sander Siebelink te horen dat het college er niets in zag om de mantelzorgers te ontzorgen. Met bijgaande brief proberen beide alsnog het college te bewegen actie te ondernemen!

Brief 1: Overbelasting van mantelzorgers – Gemeente Bergen op Zoom

Antwoord Brief 1Antwoord aan Lijst Linssen – Overbelasting van mantelzorgers – U18-009806

 

Brief2:

Op 24 juni zonden wij u een brief waarin Lijst Linssen haar grote zorgen uitspreekt over de overbelasting van de mantelzorgers binnen de gemeente Bergen op Zoom.

Concreet hebben wij u daarin twee vragen gesteld:

 

  1. Bent u bereid initiatieven te ontwikkelen / ondersteunen om de (buitenhuize) opvang van mantelzorgers uit te breiden.
  2. Bent u bereid in overleg te treden met verschillende betrokken instanties om deze opvang uit te breiden en te bekijken welke opvang precies geboden kan worden?

 

U heeft deze vragen beantwoord in uw schrijven van 9 augustus jl.

 

Onder punt 1 geeft u aan dat u geen meerwaarde ziet in het buitenshuis opvangen van mantelzorgers en u spitst zich toe op het binnenshuis opvangen, conform de nota sociaal domein van eind 2017. U geeft aan dat u daarvoor 1-2 jaar uittrekt om alles in kaart te brengen om een netwerkorganisatie te creëren die meedenkt en faciliteert, waar nodig.

U geeft ook aan dat u eigenlijk niets ziet in het buiten de deur opvangen van mantelzorgers, dat is volgens u minder effectief.

 

Maar, minder effectief wil niet zeggen dat het helemaal geen effect heeft. In onze optiek is een beetje effect, toch effect en zal het voor (een gedeelte van) de mantelzorgers een welkome onderbreking zijn van hun dagelijkse zorg, om er even tussenuit te kunnen.

U geeft zelf ook aan dat de cijfers van Mezzo een duidelijk beeld geven van het aantal overbelaste mantelzorgers in de gemeente Bergen op Zoom, zijnde 1.458 personen.

Concreet betekent dit dat zij nu niet geholpen / gefaciliteerd worden omdat er nog geen netwerkorganisatie gecreëerd is.

 

Onder punt 2 sluit u aan bij hetgeen genoemd is onder punt 1, namelijk dat u voorlopig niet in overleg gaat treden met instanties die respijtzorg bieden buitenshuis.

 

Wij vinden dat u hier als college toch in gebreke blijft. Het duurt immers nog  minstens 1 jaar voordat u alles in kaart hebt gebracht en een netwerkorganisatie opgestart hebt. In de tussentijd blijven de voorzieningen zoals ze zijn, te weinig, te onbekend, en wordt er niet actief naar een tijdelijke oplossing gezocht in de vorm van het uitbreiden van het aantal buitenshuize opvangplaatsen.

 

Derhalve verzoeken wij u nogmaals, in te gaan op onze vragen en actie te ondernemen voor meer opvang buitenshuis, totdat uw netwerkorganisatie gerealiseerd is, en zij dit verder kunnen ontwikkelen.

 

Gaarne beantwoording cf. ex. art. 39 van het Reglement van Orde.

 

Ans van Eekeren, burgerlid

 

Sander Siebelink, raadslid