Optreden college van B&W bij sluiting zwembad de Schelp wordt steeds onduidelijker.

Wie was nu verantwoordelijk? Wanneer werd er ingegrepen? De burgers en de gemeenteraad krijgen telkens andere antwoorden. Het wordt steeds warriger. Het college lijkt de regie en het overzicht volledig kwijt te zijn. Ondertussen was het zwembad lange tijd gewoon open terwijl de veiligheid van bezoekers en medewerkers waarschijnlijk gevaar liep. Lijst Linssen vraagt opnieuw opheldering. Zie onderstaande brief.

Geacht college,

Uw optreden inzake zwembad de Schelp begint langzamerhand steeds meer op een toneelstukje te lijken met steeds wisselende hoofdrolspelers. Tijdens de commissievergadering van 1 juli mocht de burgemeester het woord voeren inzake het onderwerp veiligheid; in de raadsvergadering was wethouder Stinenbosch woordvoerder namens het college en nu ontvangen wij een brief onder regie van wethouder van der Velden. Wellicht wordt bij de volgende vergadering het woord gevoerd door een van de meest direct verantwoordelijken, wethouder van der Weegen die in de onderhavige periode als wethouder belast was met de ‘gebruikersverantwoordelijk ‘voor het zwembad en als locoburgemeester medeverantwoordelijk was voor de veiligheid van het zwembad.
Feit is dat het er allemaal niet duidelijker op wordt. Integendeel. Simpel na te zoeken en op te vragen informatie wordt telkens aangepast en het tijdpad waarin acties hebben plaatsgevonden, wordt voortdurend bijgesteld. Het optreden van het college oogt klungelig en wekt de indruk dat er totaal geen regie op dit dossier wordt gevoerd. De informatie die het college dinsdag 10 juli heeft verzonden, vergroot de onduidelijkheid over de rol van de gemeente. In dit verband stelt Lijst Linssen daarom de volgende vragen aan het college:
1) In uw aanvullend schrijven van dinsdag valt op dat u vrijwel nergens de rol van het college benoemt. In veel gevallen spreekt u over ‘de gemeente’ waarbij het niet heel helder is wat nu precies de verantwoordelijkheid van het college is. Graag willen wij een verduidelijking van er in dit verband precies wordt verstaan onder ‘de gemeente’.
2) In aansluiting hierop: tijdens de raadsvergadering van 5 juli jl. erkende wethouder Stinenbosch dat de volgende zinsnede op blz. 2 van de brief van 7 juni anders moet worden gelezen: “Achteraf moet worden geconcludeerd dat de directie van het zwembad, Vastgoed en Handhaving vanuit hun gezamenlijke verantwoordelijkheid bewuster hadden moeten zijn van mogelijke risico’s “. Hieraan moet, expliciet uitgesproken tijdens de raadsvergadering, ook de verantwoordelijkheid van het college worden toegevoegd. Afgezien van het feit dat het niet gepast is dat een college in een openbaar schrijven de verantwoordelijkheid uitsluitend weglegt bij ambtenaren en medewerkers van een verbonden partij, was het correct geweest dat u ook dit feit had meegenomen in de aanvullende brief van dinsdag. Is het college het in dit opzicht met Lijst Linssen eens?
3) Er worden telkens verschillende begrippen gebruikt om aan te geven wie op welk moment actie ondernam. Dat is uiterst verwarrend en wekt de stellige indruk dat er geen regie wordt gevoerd en dat het college zich onvoldoende van feiten en het verloop van gebeurtenissen op de hoogte heeft gesteld en geen regie heeft gevoerd. Daardoor maakt het optreden van het college een amateuristische indruk.
Echter, in uw schrijven antwoordt u, in reactie op vragen van de fractie van D66: “ Handhaving heeft bij ontvangst van het rapport van SGS in juni 2017 voor het eerst kennisgenomen van de onderhoudsplanning (…). “
Hoe valt dit te rijmen met het gegeven dat het college in november 2016 actieve bemoeienis heeft gehad met de uitwerking van de consequenties van het rapport van SGS, zoals u zelf aangeeft in uw brief van 7 juni 2018? U bent als college immers politiek verantwoordelijk voor de afdeling handhaving. Waarom heeft u er tussen november 2016 en juni 2017 niet op toegezien dat er directe stappen werden ondernomen om alle genoemde veiligheidsaspecten, zoals genoemd in het rapport van SGS, aan te pakken?

 

Wellicht ten overvloede wijzen wij er op dat een college, op het gebied van veiligheid, nimmer zaken op zijn beloop mag laten en voortdurend dient te checken of de juiste acties en stappen worden gezet. Zeker als, zoals bij de Schelp, de veiligheid van bezoekers en medewerkers in het geding is.

 

Gewenste wijze van beantwoording: cf. ex. Art. 39 van het RvO. Aan de hand van uw beantwoording volgt mogelijk agendering in de raadsvergadering van augustus.